nl en

Initiële brief van Edward

Posted on Sun 12 May 2019 in Main

Brief aan Rob, broer van Perry, n.a.v. gesprek met Perry en Armand

Beste Rob,

Allereerst zal ik me even voorstellen. Mijn naam is Edward, ik ben een collega van Armand en ga naar dezelfde kerk als Perry en Armand. Ik ben socioloog van beroep (MSc) en ben bezig me voor te bereiden op een PhD in de godsdienstsociologie. Ik hoorde van het gesprek wat jullie hadden gehad en enkele van jouw overwegingen die maken dat je niet in Jezus kunt geloven. Ik wil je in deze brief niet overtuigen van mijn of ons gelijk. Ik wil je aan de hand van een boek welke ik voor mijn studie gelezen heb gewoon wat vragen stellen en aan het denken zetten. Ik hoop dat je dat waardeert en door deze gedachte dichter bij de waarheid zal komen.

Zoals ik al zei ben ik een socioloog en ik ben vooral geinteresseerd in hoe de boodschap van Jezus en onze huidige postmoderne samenleving samen gaan. Daarom was ik ook geinteresseeerd naar de inhoud van jullie gesprek en denk ik ook wel iets daaraan bij te kunnen dragen. Als ik het goed heb begrepen ben je een man van de wetenschap. Je bouwt op kennis en bewijzen en je betwijfelt alles wat ‘geloof’ vraagt. Dankzij je RK achtergrond en persoonlijke ervaringen heb je wel een godsbesef en een idee dat er meer is, maar je kan niet geloven in de God die de christenen om je heen je voorschotelen. Het is dan ook niet mijn bedoeling om je dan een nog beter plaatje van die God voor te schotelen, of je godsbesef in twijfel te trekken. Ik wil met deze brief je alleen uitdagen om jouw geloof concreter onder woorden te brengen. Ik zeg met opzet jouw geloof en nu komt die literatuur naar voren die ik hierboven al even noemde.

Lesslie Newbigin was een theoloog die ook zendeling was. Hij leefde 40 jaar in India om daar de plaatselijke kerk te leiden voordat hij terug kwam naar Engeland. Toen hij, met zijn theologische en missionaire bagage terug kwam in Engeland keek hij heel anders naar de Engelse maatschappij dan voorheen. En hij begon die maatschappij te onderzoeken en kritische vragen te stellen. De resultaten van dat onderzoek verwoorde hij in meerdere boeken, maar aan de hand van een samenvatting van het boek ‘The gospel in a pluralist society’1 wil ik jou nu een paar kritische vragen stellen, als je mij dat toestaat. Ik neem aan dat je, door je studie en je interesse, je een onderdeel weet van een pluralistische maatschappij, stevig gefundeerd op de Verlichting en de daaruit voortvloeiende wetenschap en de technologische kennis die we de laatste eeuwen hebben opgedaan. Maar op de vragen naar de zin van het bestaan, het ontstaan van de aarde en het wezen van God zijn nog geen definitieve antwoorden gevonden die we allemaal eensgezind accepteren. Vroeger domineerde een set van antwoorden met geweld over het andere en kon je spreken van een uniforme maatschappij. Tegenwoordig worden juist alle antwoorden naast elkaar geaccepteerd en mag iedereen zelf uitzoeken wat hij of zij geloofd. Ondanks alle voordelen die dit heeft zijn er ook enkele mindere kanten aan dat systeem en die draaien rondom de vraag ‘wat is waarheid’ en ‘hoe kunnen we weten wat waar is’.

In het eerste hoofdstuk van zijn boek begint Newbigin zijn betoog, door te wijzen op het verkeerd begrip van de woorden dogma en twijfel in de wetenschap. Mensen die dogmatisch argumenteren worden als dom bestempeld, terwijl mensen die twijfelen slim genoemd worden. Newbigin vindt dit onzin. Hij maakt duidelijk dat onze maatschappij niet gestoeld is op een ‘modern’ denken, maar op een humanistisch denken dat terug gaat tot de Grieken en de Stoïcijnen. In de 17e en 18e eeuw ging de kerk mee in de veronderstellingen van dit denken, dat iets waar is als het door reden te begrijpen is en door ervaring te meten. Newbigin beschrijft dit proces als een tactisch terugtrekking van troepen door te gaan strijden op basis van redenen, terwijl de onderliggende principes van deze redenen niet aangevallen worden. Beschrijvend hoe de Hindoes in India Jezus als een van hun goden hadden geaccepteerd, zegt Newbigin: “It was slowly, through many experiences, that I began to see that something of this domestication had taken place in my own Christianity, that I too had been more ready to seek a “reasonable Christianity,” a Christianity that could be defended on the terms of my whole intellectual formation as a twentieth-century Englishman, rather than something which placed my whole intellectual formation under a new and critical light.”

Als een gevolg van dit proces, is de claim van de bijbel een van de vele geworden, de invloed van de bijbel is onder de kritische geest van de reden gevallen en heeft dus aan invloed verloren. Dat is de situatie die je zal herkennen en het is al duidelijk geworden dat Newbigin dit als een problematische situatie ervaart. Hij gaat hierop door.

Hij presenteert het woord ‘dogma’ als crux van de oplossing. Dit woord staat tegenwoordig voor alles wat naïef en arrogant is, maar het heeft eigenlijk een andere inhoud. Voor de kerk heeft het altijd betekend iets wat met een autoriteit verteld wordt en wat in geloof aanvaard moet worden. “Deze proclamatie vraagt geloof” zegt Newbigin over de boodschap van de bijbel. Dat is dus wat een dogma doet. Het gaat dus niet om bewijs van iets maar om de achterliggende autoriteit waar vanuit het volgt. En dat achterliggende is natuurlijk ‘het nieuwe denken’ wat Jezus leerde, de vernieuwing van mensenlevens door Zijn kracht. Dat is een radicale boodschap naar de wereld, dat je iets moet aannemen in geloof, omdat Hij het zegt, niet omdat het te bewijzen is. En hier rijst het protest van de humanisten. Zij willen de dingen kritisch kunnen bekijken, vragend naar de ervaring, de bewijzen enz. “Only the open mind can hope to reach the truth, and dogma is the enemy of the open mind” zou een humanist kunnen zeggen. Maar zegt Newbigin dan: “In spite of the enthusiasm of many educational experts for encouraging their pupils to have an open mind and to make their own decisions about truth, a teacher who asks the class whether Paris is the capital of France or of Belgium will not appreciate the child who tells him that he has an open mind on the matter.” Hier komt Newbigin tot een van zijn belangrijkste punten, namelijk dat er een verschil is in pluralisme op het terrein van waarden en het terrein van feiten. Op het laatste terrein is er geen pluralisme. Op het eerste terrein wel en dat is dan volgens velen het terrein van de kerk. Daar maakt Newbigin drie punten over.

  1. Dogma’s zijn niet iets van de kerk, maar het is de manier waarop we dingen leren. Eerst neem je het aan, dan probeer je het te begrijpen, ervaren of wat dan ook om het te staven. Geen coherente gedachte is mogelijk zonder een veronderstelling dat bepaalde dingen zijn zoals ze zijn. Je kan ook niet een standpunt bevragen zonder een ander aan te nemen.
  2. Hierin spelen ‘plausibiliteitstructuren’2 een belangrijke rol. In elke maatschappij zijn er zulke onbesproken structuren die het denken vormen. Reden is dus geen onderdeel van een vacuüm maar van een plausibiliteits structuur. Dit is dan ook de grote spanning tussen de kerk en de wereld omdat zij op andere structuren gebouwd zijn.
  3. Het derde punt is dat veel mensen niet in zien dat wat ze zeggen ook een onderdeel van een claim is. Bijvoorbeeld wordt er gezegd dat je de waarheid niet kan kennen en dus ook niet mag claimen te kennen, maar ook dat is een waarheid die geclaimd wordt. Met nederigheid zeggen dat je dat niet mag zeggen is dus in feite net zo arrogant als welke andere claim op de waarheid.

Ok, ik weet niet of je dit herkent en hier wat mee kan, maar dit stelt een ieder van ons, dus ook jou en mij een hele moeilijk te beantwoorden maar daarom niet minder belangrijke vraag, namelijk wat onze plausbiliteitstructuur is. En daarnaast moeten we nadenken over het verschil tussen feiten en waarden. Dit is een belangrijk onderdeel van de plausibiliteitstructuur van onze maatschappij, maar klopt deze wel? Iedereen mag zijn eigen geloof aanhangen in onze maatschappij. Dat is religieus pluralisme. Dit houdt in dat er vast wel een waarheid is, maar dat ieder zijn eigen subjectieve mening mag hebben over die waarheid en dat daar geen oordeel over gegeven kan worden. Maar hoe gaat het met de feiten? Wat zegt het pluralisme daarover?

Vroeger werd het als een feit gezien dat “men’s chief end is to glorify God and to enjoy Him forever”3. Nu wordt het als een geloof gezien en ‘weten’ we dat het leven een op toevallige resultaten gebaseerde strijd om te overleven is. Maar wat is precies het verschil dan tussen weten en geloven? In het tweede hoofdstuk gaat Newbigin in op de origine van deze scheiding. Het antwoord in een onderzoek hangen af van de vragen die je stelt. Als je zoekt naar het begrijpen van een complex object zal je moeten vragen naar het doel van dat object. En dat is in het geval van mensen lastig want dat is iets persoonlijks. De bedoeling van een object hangt af van de bedoeling die de maker er mee heeft gehad. En dan pas kan je beoordelen of het voldoet aan die bedoeling. Daarom, als je niet weet waarom mensen bestaan, kan je ook niets zeggen over of ze goed of kwaad handelen. Als Iemand wel een bedoeling heeft gegeven aan de mensheid is dat een feit van groot belang. Als je dat anders ziet zeg je dat dit in het terrein van waarden ligt en dan is dat iets subjectiefs wat volgens Nietzsche leidt tot machtslust. En hierin zal degene met de sterkste overredingskracht (al dan niet door middel van geweld) overwinnen. Onder dit ligt de filosofie die startte met Descartes en eindige met Kant die zei dat we de wereld van wat we niet zien ook niet te kennen was. Alleen wat we met onze zintuigen konden waarnemen, daar konden we iets over zeggen. Maar daardoor kunnen we niets meer zeggen over die andere wereld, zoals christenen wel zeggen dat we bv. uit de natuur God kunnen kennen. “Opinions about how it ought to function can only be personal opinions, and any assertion that the purpose for which human life exists has in fact been revealed by the One whose purpose it is, is treated as unacceptable dogmatism.” Hier tegenover stelt Newbigin 5 punten van kritiek

  1. Ten eerste is er de kritiek op het idee van twijfel, namelijk dat je niet kan twijfelen aan iets zonder dat je iets anders gelooft. “It is impossible at the same time to doubt both the statement, and the beliefs on the basis of which the statement is doubted”. Twijfel kan twee vormen aannemen, of gewone twijfel aan wat gezegd is of twijfel of wat er gezegd is kan worden gestaafd aan de werkelijkheid. In beide gevallen wordt er geloofd dat of er een alternatief is of dat we geen alternatieven zouden kunnen vinden.
  2. Om te kunnen redeneren heeft Newbigin gezegd dat we eerst iets moeten aannemen en dan pas kunnen we het in twijfel trekken. Eerst komt er dus geloof, dan twijfel en dan kennis. En in die volgorde. Een andere volgorde is irrationeel.
  3. Wat wordt beschouwd als een feit wordt bepaald door de theorie die men aanneemt. Zo is in de wetenschap de theorie levend dat de wereld rationeel is en gebaseerd is op toeval. Op basis daarvan ontwikkelde de wetenschap zich, maar bewijzen kan men die aannames niet. Het is dus een illusie om de feiten en de waarden/of wat men gelooft uit elkaar te halen.
  4. It is a preliminary symptom of dead. Newbigin is aardig stevig in zijn uitspraak over het relativisme dat niet echt meer zoekt maar zich tevreden stelt met wat ‘waar voor mij is’. Het echte zoeken gebeurt altijd met een idee in het hoofd over wat waar zou kunnen zijn. Zeggen dat je alles weet wat er te weten valt, dat je de waarheid bezit, is arrogant. Maar het omgekeerde ook en dat doet tekort aan het menszijn, altijd zoekend en nieuwsgierig.
  5. Wat waar voor mij zou kunnen zijn maar niet voor alle mensen veronderstelt dat er een objectieve kennis is die niet subjectief door iemand te claimen is. Newbigin zegt dat je niet kan zeggen dat je iets geloof en tegelijkertijd dat iets anders waar is. Je kan niet weten wat waar is naast wat je denkt dat waar is. Objectieve kennis bestaat dus niet. Als je zegt dat iets waar is zeg je automatisch dat je denkt dat iets universeel waar is voor iedereen, niet dat je dat voelt of iets dergelijks. En die uitspraak houd je niet voor jezelf, maar die maak je publiek zodat anderen erop kunnen reageren. Een prive geloof is dan ook nooit een geloof dat een claim op waarheid kan maken.

Met andere woorden, elk idee dat je hebt en waarvan je overtuigd bent is een subjectieve claim die je doet op een objectieve waarheid. Je gaat ervanuit dat wat jij denkt dat waar is, waar is voor iedereen. En dat geldt voor zowel dingen die feitelijk (meetbaar) zijn als de zaken die immaterieel of transcedent zijn, zoals een God. Dus zeggen dat er meerdere opvattingen over God ‘waar’ zouden kunnen zijn is dus irrationeel. Ik hoop dat je me tot zover kunt volgen en dat wat ik zeg enigzins jouw vragen raakt en het denkproces waar je in zit. Ik zelf snap ook nog niet alles wat dit betreft, maar wellicht kom ik ook dichter bij de waarheid nu ik dit zo opschrijf.

Ik wil verder gaan met dat idee van die claim op de waarheid. Wat is het verschil tussen weten of geloven dat God bestaat. Kan je echt weten dat Hij bestaat?

Hier aangekomen geeft Newbigin op basis van het werk van de filosoof Polanyi4 de beschrijving van hoe we taal gebruiken. Dat is belangrijk, omdat taal het voertuig is waardoor wij kunnen weten. Taal is een sociaal product, tot stand gekomen door een historische ontwikkeling van een bepaalde groep. Dit sociaal product beinvloedt de vorming van andere sociale producten en dat is belangrijk. Maar eerst is het goed om te beseffen we veel dingen zien, en sommige dingen niet zien, die er toch zijn en dat er een verschil is tussen die twee. Het verschil ligt in je focus. Als je met een hamer op een spijker slaat ben je je bewust van de klap, maar niet van de druk die de hamer op je hand uitoefent. Daar focus je je niet op, maar die druk is er wel. Je steunt erop, maar je hebt het niet door. Zo is het ook bij woordgebruik. Net als de hamer worden zij een verlengstuk van je lichaam (indwelling), terwijl je je daar niet bewust van bent vertrouw je op de werking van die woorden. Nou deze dingen, taal, focus en het onbewust gebruik maken van dingen die je eigenlijk niet ‘ziet’ staan centraal in Newbigins betoog. Als je de wetenschappelijke traditie en de christelijke traditie naast elkaar zet zou je misschien denken dat die totaal niet op elkaar lijken, maar dat valt eigenlijk heel erg mee. Net als de kerk bestaat de wetenschap uit een traditie die voortbouwt op enkele aannames en daarvanuit gaat twijfelen en tot kennis komt. Daarbij moet je eerst deel worden van de wetenschappelijke gemeenschap (door het behalen van een PhD, ook dus eerst dingen aannemen en dan pas zelf mogen gaan ontdekken) voordat je mag meepraten. Daarbij is het ook zo dat die wetenschappelijke traditie zelf bepaald wat onderdeel van haar traditie mag worden (door de wetenschappelijke vakliteratuur) en daardoor houdt zij zichzelf in stand, onder het motto dat zij ‘gelijk’ hebben. En net als voor de kerk is het voor haar moeilijk om kritisch naar zichzelf te kijken, net als het moeilijk is te twijfelen aan het functioneren van je ogen als je iets leest over je ogen. Je gebruikt ze a-kritisch, niet bewust (niet altijd althans). Dus net als in de wetenschap is het voor een christen zaak om eerst dingen aan te nemen en dan verder te gaan ontdekken, met het verschil dat de wetenschap staat in de traditie van menselijke kennis, terwijl christenen zoeken naar de kennis van Gods voortdurende actie.

Nou, ik ga deze brief afsluiten. Ik eindigde met de vergelijking tussen de wetenschappelijke en de christelijke traditie. Ik zei dus dat die erg op elkaar lijken. En eerlijk gezegd heb ik zelfs een Professor op mijn universiteit horen zeggen dat ‘science is a faith’. Ik zou nog veel meer kunnen zeggen en je vertellen over Newbigin en andere zaken, maar ik wil eindigen met je een vraag te stellen. Ik wil stellen dat de wetenschap net zo goed een geloof is als het christendom en ik hoop dat je dit met me eens bent. Persoonlijk geloof ik in beiden, zowel de wetenschap als het christendom, maar het laatste laat ik over het eerste heersen. Waarom? Omdat ik zie, geloof en ervaar dat het christendom en vooral de persoonlijke relatie met God die ik heb mogen en kunnen ontwikkelen mij een compleet beeld over de realiteit geeft waarvan ik kan zeggen: dat is de waarheid en daar ben ik blij mee, daar bouw ik mijn leven op voort. De wetenschap alleen geeft niet alle antwoorden omdat ze niet verder kan en wil kijken dan wat ‘redelijk’ is. Met andere woorden, ze willen niet verder gaan dan wat de menselijke reden kan vatten. Dat wil zeggen dat ze niet in iets kunnen geloven dan wat groter is dan zij zelf. Zij maken zichzelf dus tot God. Hoger dan zijzelf kan niets zijn. En als ik nu in mijzelf (mijn verstandelijke vermogens) zou geloven als het hoogst denkbare, dan is er ook absoluut geen basis om mijn gedrag te beoordelen behalve dan naar mijn hartstochten, mijn leven te beoordelen naar mijn gevoel er over op een bepaald moment en mijn relaties te beoordelen als goed voor mij, maar niet meer dan dat. Dan ben ik groter dan liefde, groter dan kennis, groter dan wat dan ook. En zo zie ik mezelf nu eenmaal niet. Ik wil juist geloven in iets dat groter is dan ik en mij mijn plaats wijst. Ik wil van iemand die ik absoluut vertrouw en die meer weet dan ik horen wat goed voor mij is. Ik wil ontdekken dat wanneer ik faal er iemand is die me een tweede en een derde en een vierde kans geeft. Ik wil uberhaubt kunnen ontdekken dat er meer is dan ik zelf. Dat er dingen zijn die ik niet begrijp, om de heerlijke reden dat het universum groter is dan ik dat is toch prachtig? Ik zou nog door kunnen gaan. Ik hoop dat je me begrijpt. Dit is geloof, maar dit is ook redelijk, want alle reden begint met een geloof en dit is het mijne en dit het christelijke, ook al klinkt dit misschien vreemd in je oren.

Nu Rob, de vraag die ik je wilde stellen is deze: wat is jouw geloof? Van welke groep maak je deel uit die bepaalt wat jij kan geloven én weten (=plausibiliteitsstructuur)? Welke veronderstellingen hanteer jij zonder te beseffen dat je dat doet?

Ik hoop dat je hier wat mee kunt. Ik heb je denk ik geen antwoorden gegeven op de vragen die je hebt over de schepping, Gods almacht en alwetendheid en de persoon Jezus. Ik heb je verteld waarom ik geloof en je gevraagd wat jij gelooft, maar ik heb het idee dat die vraag en mijn zelfrechtvaardiging je verder helpt dan wanneer ik je met argumenten zou bestoken. Want argumenteren doe je op een bepaalde basis en de basis die de pure wetenschap mij biedt, vind ik te smal.

Ik ben benieuwd naar je reactie. Je hoeft niet te reageren. Als dit je tot denken aanzet ben ik al blij genoeg. En je hebt genoeg anderen in je omgeving om mee te praten, merk ik. Ik heb er al van genoten om dit te schrijven.

Hartelijke groet,
Edward Roderick
(e-mail adres verwijderd)

  1. Lesslie Newbigin, The gospel in a pluralist society, Eerdmans publishing, Grand Rapids MI, 1987
  2. Zie Berger, Peter L. The heretical imperative: contemporary possibilities of religious affirmation. Garden city, NY; Anchor press, 1978.
  3. Uit de Engelse catechismus
  4. Polanyi, Michael. Personal knowledge: towards a post-critical philosophy. Chicago: University of Chicago press, 1958